Geen producten in de winkelwagen
Je wilt boetseren, maar de oven gebruiken zie je niet zitten, of je hebt er simpelweg geen. Dan is luchthardende klei de logische keuze: hij droogt vanzelf aan de lucht en heeft geen enkele warmtebron nodig. In deze gids lees je hoe je met FIMO Air werkt, hoe lang het drogen echt duurt en hoe je scheuren, breuken en teleurstellingen voorkomt.
Luchthardende klei hardt uit doordat het water in de klei langzaam verdampt. Er komt geen oven aan te pas, en dat is meteen het grote verschil met gewone polymeerklei: FIMO Soft of Professional moet je bakken op 110 graden, ongeveer 30 minuten per 6 millimeter dikte, terwijl FIMO Air alleen tijd en geduld vraagt. Je legt je werkstuk neer, wacht, en het wordt vanzelf hard.
Dat maakt luchthardende klei de beste keuze in drie situaties. Je hebt geen oven tot je beschikking, bijvoorbeeld op een club, school of kleine studentenkamer. Je werkt met kinderen en wilt geen heet bakproces in de buurt. Of je wilt groter werken dan er redelijkerwijs in een oven past, zoals een schaal of een flink beeldje. Voor sieraden en klein, fijn detailwerk blijft gebakken polymeerklei sterker en verfijnder, maar voor al het andere is luchthardende klei verrassend veelzijdig.
FIMO Air is er in verpakkingen van 250 gram, 500 gram en 1 kilo. Begin je net, dan is 250 of 500 gram genoeg voor je eerste projecten. Weet je al dat je een schaal of beeld wilt maken, pak dan meteen de kilo, want halverwege zonder klei zitten is zonde van je opgebouwde vorm. Alle varianten en kleisoorten vind je bij elkaar in onze FIMO-collectie.
Fimo Air Boetseerklei 500 gram€ 2,95
Fimo Air Boetseerklei 1000 gram€ 4,95
Boetseer gereedschap 11 delig€ 19,95
Werk op een gladde, afveegbare ondergrond, bijvoorbeeld een keramische tegel, een placemat of een stuk bakpapier. Was je handen voordat je begint, want luchthardende klei neemt stof en kleurresten gretig op en die krijg je er niet meer uit.
Snijd met een snijdraad of een mes een werkbaar stuk van het blok en pak de rest meteen weer luchtdicht in. Dat is bij luchthardende klei geen tip maar een noodzaak: alles wat blootligt begint direct te drogen. Wikkel het restant strak in plasticfolie en stop het in een goed afgesloten zak of bakje, dan blijft de klei maanden soepel.
Kneed het stuk waarmee je gaat werken eerst goed door tot het soepel en gelijkmatig aanvoelt. Dit conditioneren wordt vaak overgeslagen en dat is de belangrijkste oorzaak van bros werk dat later afbrokkelt. Voelt de klei aan de buitenkant al wat stug, kneed dan een paar druppels water erdoor en hij herstelt zich.
Vrijwel elke scheur in luchthardende klei ontstaat door hetzelfde probleem: de buitenkant droogt sneller dan de kern. Hoe dikker het werkstuk, hoe groter dat verschil en hoe harder de buitenkant aan de nog natte binnenkant trekt. De oplossing zit dus niet in een ander merk klei, maar in slimmer bouwen.
Houd als vuistregel aan dat geen enkel deel van je werkstuk dikker is dan ongeveer 1 centimeter. Bij die dikte kan het water overal redelijk gelijkmatig ontsnappen en blijft de spanning in het materiaal klein. Alles wat dikker moet ogen, maak je hol of bouw je om een kern heen.
Voor een compacte vorm zoals een dierenlijfje of een dikke schaalrand geldt: eerst vormen, dan uithollen. Laat de vorm even opstijven tot hij leerhard is, snijd hem open of werk vanaf de onderkant, en haal met een lusgereedschap of mirette materiaal uit de kern tot de wand overal ongeveer even dik is. Voor grotere beelden werk je andersom: verfrommel aluminiumfolie tot de ruwe basisvorm, en boetseer daar een laag klei van hooguit 1 centimeter overheen. De folie bespaart klei, scheelt flink in gewicht en verkleint de kans op scheuren aanzienlijk.
Armpjes, oortjes en versieringen die je er los tegenaan drukt, laten na het drogen vaak weer los. Verbind ze zoals een keramist dat doet: kras beide contactvlakken op met een naald of mesje, smeer er een beetje slip tussen (een papje van klei met water, je eigen kleilijm) en druk de delen stevig aan. Strijk de naad daarna glad, zodat de verbinding onzichtbaar wordt en nergens lucht opgesloten zit.
Gebruik bij het uithollen een lusgereedschap en geen mes. De lus neemt materiaal weg zonder de wand te vervormen, en je voelt aan de weerstand precies wanneer de wand dun genoeg is. Streef naar een gelijkmatige wanddikte: een wand die op de ene plek 4 millimeter is en op de andere 12, droogt ongelijk en dat is vragen om een scheur.
Reken op ongeveer 24 uur droogtijd per laag. Een plat hangertje is na een dag droog, een schaal met een stevige wand heeft twee tot drie dagen nodig en een groot beeld kan rustig een week vragen. Werk je in meerdere lagen, laat elke laag dan eerst zijn 24 uur drogen voordat de volgende erop gaat.
Laat je werkstuk drogen op kamertemperatuur, en niet op de verwarming, in de zon of onder een lamp. Warmte versnelt het drogen alleen aan de buitenkant en dat is precies het mechanisme waarmee scheuren ontstaan. Draai het stuk tijdens het drogen af en toe voorzichtig om, zodat ook de onderkant aan de lucht komt en het vocht rondom gelijkmatig kan ontsnappen.
Controleer voordat je verder gaat met afwerken of het stuk echt overal droog is, ook aan de onderkant en in dikkere delen. Een werkstuk dat van binnen nog vochtig is, lijkt klaar maar kan later alsnog scheuren of vervormen. Twijfel je, geef het dan gewoon een dag extra, want haast is bij dit materiaal de duurste fout.
Groot of dik werkstuk? Zet er de eerste dag losjes een plastic zak overheen, zonder de klei af te sluiten. Het water verdampt dan langzamer en gelijkmatiger, waardoor de spanning tussen buitenkant en kern kleiner blijft. Daarna haal je de zak weg en laat je het stuk gewoon aan de lucht verder drogen.
Gladmaken doe je het liefst zolang de klei nog niet droog is. Strijk oneffenheden weg met een vochtige vinger of een licht vochtig sponsje, of gebruik een siliconen shaper als je geen vingerafdrukken wilt achterlaten. Na het drogen kun je kleine bobbels en randjes nog wegwerken door licht te schuren met fijn schuurpapier, maar hoe meer je nat gladstrijkt, hoe minder je straks hoeft te schuren.
Verven gaat uitstekend met acrylverf. Wacht tot het werkstuk volledig droog is, verf het in dunne lagen en laat elke laag goed drogen voordat de volgende erop gaat. Dunne lagen dekken uiteindelijk mooier en verzachten de kleiondergrond niet.
Dan het belangrijkste punt van dit hele hoofdstuk: luchthardende klei is zonder bescherming niet waterbestendig. Komt er water bij, dan wordt het oppervlak weer zacht. Werk je stuk daarom altijd af met een laag vernis, ook als je het niet geverfd hebt. En maak er geen drinkbeker, vaas of ander object van dat langdurig water moet vasthouden, want daar is dit materiaal ook met vernis niet voor bedoeld. Een sierschaal voor sleutels of sieraden kan prima, een soepkom niet.
Strikt genomen kun je met alleen je handen en een mesje beginnen, maar een paar gerichte stukken gereedschap tillen je werk zichtbaar naar een hoger niveau. Dit zijn de stukken die bij luchthardende klei het meeste doen:
Je hoeft dat niet los bij elkaar te zoeken. Een compacte set zoals ons 11-delige etui dekt precies deze basis af, en wie merkt dat het boetseren blijft kriebelen groeit vanzelf door naar een uitgebreidere set met meer profielen en maten.
Houd ongeveer 24 uur per laag aan. Dunne, platte werkstukken zijn na een dag droog, een schaal of beeldje met een wand richting 1 centimeter heeft twee tot drie dagen nodig en grote of dikke stukken kunnen een week vragen. Controleer altijd of ook de onderkant en de dikste delen droog zijn voordat je gaat schuren, verven of vernissen.
Nee, dat raden we af. Luchthardende klei hardt uit door verdamping van water, niet door hitte zoals gewone FIMO die op 110 graden bakt. Het drogen forceren met warmte betekent dat de buitenkant veel sneller droogt dan de kern, en dat is precies hoe scheuren en vervormingen ontstaan. Geduld op kamertemperatuur geeft simpelweg het sterkste resultaat.
Nee. Zonder afwerking wordt gedroogde luchthardende klei weer zacht zodra er water bij komt. Vernis je werkstuk daarom altijd, dan is het beschermd tegen vocht uit de lucht, spatjes en vieze vingers. Voor objecten die echt water moeten vasthouden, zoals een vaas of servies, is luchthardende klei ook met vernis niet geschikt.